Propolis als nieuw antibacterieel middel.

“Propolis as a novel antibacterial agent”

Juli 2020.
Afdeling Microbiologie en Parasitologie, Faculteit Geneeskunde, King Abdulaziz University, Jeddah, Saoedi-Arabië.
Auteur en onderzoeker: Mohammed Saad Almuhayawi

Originele (Engelse) versie van dit wetenschappelijk artikel.

Korte samenvatting van dit wetenschappelijk artikel:
Propolis is een kleverig harsachtig materiaal dat vrijkomt uit verschillende plantaardige bronnen zoals vochtafscheiding van plantenknoppen, bloemen en bladeren die bewerkt zijn met door honingbijen afgescheiden en toegevoegd materiaal en bijenwas. Stoffen die voornamelijk door planten worden afgevoerd in geval van verwondingen of snijwonden, zoals lipofiele (door vet aangetrokken) materialen op bladeren en bladknoppen. Het is een complexe harsachtige substantie die is samengesteld uit gom en amberhars (50% tot 70%), olie en bijenwas (30% tot 50%), pollen (5% tot 10%), vit. B, C en E, mineralen, suikers, flavonoïden, polyfenol, polysacchariden, aminozuren, evenals aromatische verbindingen en secundair metabolieten die verantwoordelijk zijn voor verschillende bioactiviteit, zoals anti-oxiderende antibacteriële, anti-virale, anti-angiogene, maagzweer-, ontstekingsremmende, verdovend en pijnstillend, anti-tumoraal, anti-kanker, anti-schimmel, anti-protozoaal (eencellige organismen), anti-hepatotoxisch (tegen leverbeschadiging), anti-mutageen (niet muterend), anti-septisch, naast dat het wordt gebruikt voor zijn cytotoxische activiteit, enz.

Sinds 300 v.Chr. wordt propolis gebruikt als voeding en als een nuttig medicijn voor het algehele welzijn van de mens.  Propolis is in verschillende oude geschriften geportretteerd als een letselherstelmiddel, in pure vorm of gemengd met andere stoffen.

De fysisch-chemische eigenschappen en de natuurlijke eigenschappen van verschillende soorten propolis zijn de afgelopen tien jaar bestudeerd en wetenschappelijk onderzocht. Nieuwe actieve antimicrobiële verbindingen zijn geïdentificeerd in propolis. Die verbindingen hebben de antimicrobiële resistentie van multiresistente bacteriën positief gemoduleerd (veranderd). Het is ook bewezen dat het klinische antibacteriële potentieel van propolis verband houdt met het grote aantal actieve stoffen dat erin wordt aangetroffen. Tot nu toe zijn meer dan 300 verschillende verbindingen herkend in propolis verzameld uit verschillende geografische gebieden. Talrijke onderzoeken hebben aangetoond dat propolis geen toxiciteit en geen bijwerkingen heeft op dieren of mensen.

Uit gepubliceerd onderzoek is gebleken dat propolis en zijn afgeleide producten veel natuurlijke antimicrobiële verbindingen bevatten met een breed spectrum tegen verschillende soorten bacteriën en dat het de werkzaamheid van conventionele antibiotica vergroot. Bovendien is de combinatie van propolis met andere verbindingen zoals honing onderzocht, waarbij dergelijke combinaties een synergetisch effect hebben tegen bacteriestammen zoals Escherichia coli, Staphylococcus aureus en de MRSA bacterie.

Propolis en de belangrijkste flavonoïden bestanddelen mogen niet over het hoofd worden gezien en moeten in klinische onderzoeken worden geëvalueerd om hun mogelijke toepassing in verschillende geneeskundige gebieden beter te verduidelijken. Klinisch antibacterieel potentieel en het gebruik ervan in nieuwe geneesmiddelen van bio-technologische producten moet worden uitgevoerd. 
Studies toonden de uitstekende werking van propolis aan tegen verschillende soorten micro-organismen, waaronder parasieten, bacteriën, virussen en gisten. Propolis heeft dus veel belangstelling gewekt voor de behandeling van verschillende menselijke infecties. Het is ook gebruikt bij de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen of biotechnologische producten. 

In een studie werden de gegevens met betrekking tot het antibacteriële potentieel van propolis tegen 600 verschillende bacteriestammen geanalyseerd. Verschillende onderzoeksresultaten gaven aan dat propolis effectiever was tegen grampositieve bacteriën in vergelijking met gramnegatieve bacteriën. Het wordt aangenomen dat het zijn antibacteriële werking uitoefent door ofwel de immuniteit van het organisme te versterken of door rechtstreeks in te werken op het micro-organisme. Voor het grootste deel wordt gezien dat de hogere antimicrobiële werking van propolis tegen grampositieve bacteriën het gevolg is van de buitenmembraanstructuur van die bacteriën. Aangenomen wordt dat de reden achter het vermogen van flavonoïden om bacteriële resistentie tegen verschillende antibacteriële verbindingen te verminderen, is dat propolis zich aan de celwand van bacteriën bindt, wat resulteert in de lysis van de bacteriële cellen en hun ondergang en kan tevens de eiwitsynthese van de bacterie cel remmen. De actieve componenten van propolis die gehecht is aan het cytoplasmatische membraan van de bacteriële cel en vervolgens de structurele integriteit beschadigd, leidt tot perforatie van het membraan waar de cytoplasmatische inhoud naar buiten wordt verdreven, tot groeiremming van bacteriële cel leidt en tot de dood van de cel zorgt.
Samenvattend zijn er verschillende mogelijke mechanismen voorgesteld die verband houden met de antibacteriële werkzaamheid van propolis:

1. Remming van nucleïnezuursynthese van de bacteriecel,
2. Verandering van de functie van het cytoplasmatische membraan van de bacteriecel,
3. Remming van het energiemetabolisme van de bacteriecel,
4. Het verminderen van de affiniteit met de ontwikkeling van biofilms,
5. Remming van celmembraan eiwitten,
6. In gevaar brengen van membraan permeabiliteit (mate van doordringbaarheid),
7. Vermindering van bacteriële weerstand.

Egyptenaren erkenden de anti-verrottingseigenschappen van propolis en werden gebruikt om te balsemen. De Romeinen en Griekse dokters waren de eersten die de geneeskrachtige eigenschappen ervan erkenden. Propolis werd toegepast als antisepticum voor wondbehandeling en genezing en als mondwater. Het gebruik ervan werd vooral in de middeleeuwen voortgezet onder Arabische dokters. Het werd op het slagveld gebruikt als zalf of crème voor de behandeling van wonden van soldaten op het slagveld. Alcoholische en hydroalcoholische extracten van propolis zijn geïmpregneerd in zalven die boter bevatten, vaseline, olijfolie of lanoline. De concentratie van propolis varieert afhankelijk van de toepassing en zou voldoende moeten zijn om bacteriostatische of bacteriedodende effecten te bereiken. Een van de belangrijkste problemen in de tandheelkunde zijn bacteriële infecties die worden geassocieerd met tandcariës, zweren in de mond, gingivitis, parodontitis en zweren in de mond. Mondhygiëne is ook uitermate belangrijk om de tanden gezond te houden en de bijbehorende bacteriële infecties te verminderen die lokaal kunnen beginnen en later systemisch zullen zijn. Er zijn positieve gegevens gepubliceerd over het antiseptische en genezende vermogen van propolis bij patiënten uit verschillende ziekenhuizen.​ Propolis heeft dus veel belangstelling gekregen voor de behandeling van orale infecties. Het is vermeldenswaard dat het eerste gelicentieerde commerciële op propolis gebaseerd product in 1965 in Roemenië werd geregistreerd. Internationaal zijn er meer dan 239 commerciële licenties gemeld.

Dit volgende artikel is bedoeld om enkele van de recente wetenschappelijke bevindingen te benadrukken die verband houden met de antibacteriële eigenschappen van propolis en zijn componenten. Hieronder vindt u de wetenschappelijke tekst van dit artikel.

Wetenschappelijke bevindingen:
Zoals eerder vermeld is propolis een kleverig harsachtig materiaal dat vrijkomt uit verschillende plantaardige bronnen, zoals vochtafscheiding van plantenknoppen, bloemen en bladeren die zijn gemodificeerd door bijen-afscheidingen en bijenwas. Propolis wordt vervaardigd door honingbijen, Apis mellifera, uit het sap dat aanwezig is op (naaldbladige) bomen of groenblijvende planten. Wanneer bijen het sap mengen met hun eigen speekselafgifte en bijenwas, wordt propolis gevormd als een plakkerige, donker(groene) substantie die door bijen wordt gebruikt om o.a. hun bijenkasten van binnen dicht te kitten. Sinds 300 v. Chr. wordt propolis gebruikt als voeding en als een nuttig medicijn voor het algehele welzijn van de mens. Propolis is in verschillende oude geschriften geportretteerd als een letselherstelmiddel in pure vorm of gemengd met andere stoffen. Er is rekening gehouden met verschillende natuurlijke eigenschappen van propolis, waaronder het wegvangen van vrije radicalen, cytotoxiciteit en antimicrobiële activiteit. Als gevolg van zijn brede toepassingsgebied voor natuurlijke toepassingen, is propolis onlangs algemeen gebruikt als supplement in dranken om de gezondheid van de mens te verbeteren en ziekten te voorkomen. De in vitro antibacteriële activiteit van propolis werd gedocumenteerd tegen vele soorten grampositieve en gramnegatieve bacteriën en gegevens over synergie werden vertoond tussen de verschillende propolis verbindingen, voornamelijk galangine-flavonoïden en pinocembrine.  

De antioxiderende en antimicrobiële eigenschappen van propolis zijn uitermate belangrijk voor de voedingsindustrie vanwege het potentieel om de oxidatie van lipiden te vertragen en als zodanig de houdbaarheid van voedingsproducten te verlengen. Dergelijke kenmerken worden toegeschreven aan de aanwezigheid van chemische stoffen zoals: cafeïnezuur, fenylethyl, flavanol, ester flavonoïde, pinocembrine en galangine dat zijn werkingsmechanisme uitoefent, mogelijk door remming van het bacteriële RNA-polymerase. 
Onderzoekers hebben gerapporteerd over de antibacteriële activiteit van propolis en rapporteerden over de werkzaamheid van populier propolis tegen zowel grampositieve als gramnegatieve micro-organismen zoals multiresistente bacteriën (bijv. Methicillineresistente Staphylococcus aureus (het MRSA; ziekenhuisbacterie). De werkzaamheid van Turkse propolis tegen tuberculose werd geëvalueerd en de resultaten wezen op potentieel tegen verschillende soorten mycobacteriën. Andere studies toonden de uitstekende werking van propolis aan tegen verschillende soorten micro-organismen, waaronder parasieten, bacteriën, virussen en gisten. Talrijke onderzoeken hebben aangetoond dat propolis geen toxiciteit en geen bijwerkingen heeft op dieren of mensen. De synergetische antimicrobiële eigenschappen van propolis werden onderzocht door verschillende onderzoekers waarbij in de meeste van deze in vitro en in vivo experimenten de bacteriële resistentie tegen conventionele antimicrobiële middelen significant werd verminderd. Quercetine en enkele van zijn derivaten vertoonden bijvoorbeeld antibacteriële werkzaamheid tegen MRSA, Staphylococcus epidermidis en S. aureus. Het is ook bewezen dat het klinische antibacteriële potentieel van propolis verband houdt met het grote aantal actieve stoffen dat erin wordt aangetroffen (meer dan 200 stoffen). Propolis heeft dus veel belangstelling gewekt voor de behandeling van verschillende menselijke infecties. Het is ook gebruikt bij de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen of biotechnologische producten. Daarom is dit artikel bedoeld om enkele van de recente wetenschappelijke bevindingen te benadrukken die verband houden met de antibacteriële eigenschappen van propolis en zijn componenten.

Samenstelling van propolis:
Het gunstige gebruik van propolis heeft geleid tot een groter enthousiasme voor het onderzoeken van de chemische samenstelling in relatie tot de botanische oorsprong. Daarom worden polyfenolische verbindingen aangetroffen in propolis geproduceerd door de honingbij, Apis mellifera. Flavonoïden, de fundamentele polyfenolen in propolis, worden beïnvloed door de bron en de ecologische botanische omgeving waarin de honingbij leeft. Materialen die voor honingbijen toegankelijk zijn voor het maken van propolis zijn stoffen die voornamelijk door planten worden afgevoerd in geval van verwondingen of snijwonden, zoals lipofiele materialen op bladeren en bladknoppen.​ De synthese van de plantaardige component van propolis dicteert de samenstelling ervan en is afhankelijk van de geografische ligging, seizoenswisselingen en de vegetatie aan planten, struiken en bomen. Propolis is een complexe harsachtige substantie die is samengesteld uit het volgende: gom en amberhars (50% tot 70%), olie en was (30% tot 50%), pollen (5% tot 10%), vitamine B, C en E, mineralen, suikers, flavonoïden, fenol, aminozuren, evenals aromatische verbindingen.

Er is veel onderzoek gedaan naar de chemische en biologische samenstelling van propolis. Tot nu toe zijn meer dan 300 verschillende verbindingen herkend in propolis verzameld uit verschillende geografische gebieden.​ De belangrijkste bestanddelen van propolis zijn flavonoïden, fenolen en mengsels van aromatische materialen. Bovendien bevat propolis ook enkele onstabiele oliën, terpenen, honing en bijwas. De kwaliteit van propolis is een van de belangrijkste eigenschappen, die invloed heeft op de fysische eigenschappen van de nectar, zoals de dikte, viscositeit en het kristallisatievermogen, en ook op de eigenschappen die cruciaal zijn voor het gebruik ervan, waaronder de smaak, oplosbaarheid en houdbaarheid.

Anti-bacteriële werking van propolis:
De antimicrobiële werkzaamheid van propolis en enkele van zijn afzonderlijke componenten is gedocumenteerd tegen bacteriën, virussen, schimmels en protozoa. In een studie werden de gegevens met betrekking tot het antibacteriële potentieel van propolis tegen 600 verschillende bacteriestammen geanalyseerd. Verschillende onderzoeksresultaten gaven aan dat propolis effectiever was tegen grampositieve bacteriën (Staphylococcus aureus) in vergelijking met gramnegatieve bacteriën (Escherichia coli). De geografische locatie van waaruit propolis wordt verzameld, beïnvloedde het antibacteriële potentieel ervan. Van propolis wordt aangenomen dat het zijn antibacteriële werking uitoefent door ofwel de immuniteit van het organisme te versterken of door rechtstreeks in te werken op het micro-organisme. Voor het grootste deel wordt gezien dat de hogere antimicrobiële werking van propolis tegen grampositieve bacteriën het gevolg is van de buitenmembraanstructuur van die bacteriën. Artepilline C is een van de verschillende fenolische mengsels die in propolis worden aangetroffen en vertoonde een efficiënte antibacteriële werking tegen het MRSA. Evenzo toonde aan dat Poolse propolis de ontwikkeling van bacteriën vertraagde en de vorming van biofilm van de bacteriecel beïnvloedde. Interessant is dat fytochemicaliën die aanwezig zijn in flavonoïden zich kunnen richten op verschillende componenten en elementen van de bacteriële cel. In feite wordt een ethanolisch extract van propolis, bekend als kaempferide, gebruikt bij de behandeling van S. aureus huidinfecties. Kaempferide was ook zeer effectief tegen Enterococcus Faecali , Listeria monocytogenes en Staphylococcus Saprophyticus. Quercetine, nog een flavonoïde, gevonden in propolis, bindt zich aan de sub eenheid van E. coli DNA-gyrase om de bacteriële activiteit te belemmeren. Verder wordt aangenomen dat propolis fractionele bacteriële lysis kan veroorzaken en bacteriële eiwitten kan beïnvloeden. Talrijke onderzoeken hebben een synergetische werking tussen infectiewerende middelen en propolis bevestigd. Chlooramfenicol in de aanwezigheid van Bulgaarse propolis en Braziliaanse honing vertoonde bijvoorbeeld synergie tegen Salmonella typhi, en de combinatie van 4 Braziliaanse rode propolis en fluconazol was effectief tegen Candida sp. ​ Andere flavonoïden zoals pinocembrine en apigenine in propolis werden onderzocht in Chileense propolis en onthulden antibacteriële activiteit tegen Streptococcus mutans. ​Evenzo heeft pinocembrine antibacteriële activiteit getoond tegen Klebsiella pneumoniae, Listeria monocytogenes, S. aureus, Pseudomonas aeruginosa, Streptococcus sobrinus, E. faecalis en Streptococcus. mutans. Aan de andere kant vertoonde apigenine werkzaamheid tegen de volgende gramnegatieve bacteriën: P. aeruginosa, K. pneumoniaeSalmonella enterica serotype TyphimuriumProteus mirabilis en Enterobacter aerogenes.​ Net als eerder genoemde flavonoïden werd een synergetisch antibacterieel effect opgemerkt bij de toevoeging van apigenine aan β-lactam tegen MRSA, en bij toepassing van apigenine met ceftazidim tegen ceftazidim-resistente Enterobacter cloacae. Interessant is dat propolis ook rijk is aan kaneelzuur, dat een krachtige werkzaamheid vertoonde tegen verschillende bacteriën. Bijvoorbeeld Bacillus spp., Streptococcus pyogenesAeromonas spp. Micrococcus flavusPseudomonas aeruginosaYersinia ruckeri Vibrio spp., E. coli, Mycobacterium tuberculosiL. monocytogenesEnterobacter cloacaeSalmonella enterica serotype en Typhimurium. Het is vermeldenswaard dat kaneelzuur zijn werkzaamheid uitoefent door het bacteriële celmembraan te verstoren, waardoor de functie van ATPasen, bacteriële binaire splitsing en zijn vermogen om biofilms te vormen wordt geremd.

Synergetische (interactieve) antimicrobiële eigenschappen:
Er zijn tal van andere componenten van propolis, bijvoorbeeld terpenoïde lupeol en flavonoïden, waaronder: fisetine of decaanzuren, quercetine, kaempferol en chrysine. Het is vermeldenswaard dat de meest voorkomende flavanolen in voedsel myricetine, quercetine en kaempferol zijn. Studies onderzochten de antibacteriële en ontstekingsremmende effecten van kaempferol, chrysine en quercetine. Sommige daarvan hebben de bacteriële resistentie tegen antibiotica gemoduleerd, zoals blijkt uit quercetine, dat de bacteriële resistentie tegen conventionele β-lactam-antibiotica tegen penicillineresistente 
S. aurius moduleerde.  Quercetine en enkele van zijn derivaten vertoonden antibacteriële werkzaamheid tegen MRSAStaphylococcus epidermidis en S. aureus. Quercetine vertoonde werkzaamheid tegen Bacillus subtilis. Op basis van een in-vitro-onderzoek vertoonde quercetine potentie tegen orale bacteriën zoals Porphyromonas gingivalis. Er werd een synergetisch effect opgemerkt bij het gebruik van quercetine met amoxicilline, waardoor de bacteriële resistentie tegen dit conventionele antimicrobiële middel significant werd verminderd.

Biologische verwerking van propolis:
Biochemische behandeling en verwerking van propolis kan verder resulteren in krachtigere eigenschappen in vergelijking met de oorspronkelijke bron. Een studie toonde bijvoorbeeld aan dat de verwijdering van lipide uit propolis door lipase het vetzuurniveau in het extract significant verlaagde. Het verlaagde ook de niveaus van zowel flavonoïden als polyfenolen, die antioxidanten zijn, en veroorzaakte een toename van de niveaus van actieve flavonoïden, zoals artepilline C en kaempferide. Een dergelijke activiteit versterkte het antibacteriële potentieel van propolis tegen Propionibacterium-acne en Staphylococcus epidermidis. In een ander voorbeeld heeft propolis een hoog vermogen om vrije radicalen op te vangen. Desalniettemin kunnen ethanolische methoden voor het extraheren van de actieve ingrediënten de potentie ervan verminderen, terwijl niet-ethanolische extracten een sterke radicale opruiming en antimicrobiële activiteit behouden, vooral tegen K. pneumoniaeP. aeruginosaBacillus cereus en S. aureus. Dienovereenkomstig kan het gebruik van hogere temperaturen bij 70°C het gebruik van niet-ethanolische oplosmiddelcomplexen compenseren en op efficiënte wijze actieve verbindingen uit propolis extraheren. Als gevolg hiervan zijn de gehaltes aan totale fenolische verbindingen vergelijkbaar met die in ethanolisch extract. Een studie toonde aan dat de combinatie van honing met propolis uit Saoedi-Arabië en Egypte een synergetisch effect had tegen E. coli en S. aureus. Een veel betere activiteit werd genoteerd voor Saoedische propolis in vergelijking met de Egyptische. Er zijn maar weinig studies gepubliceerd over de werkzaamheid van propolis tegen anaërobe bacteriën. Gepubliceerde onderzoeken toonden een krachtig effect aan tegen de volgende anaërobe bacteriën: Propionibacterium- soorten, Prevotella, Bacteroides, Fusobacterium, Actinomyces, Porphyromonas en Clostridium.​ In feite gaven de resultaten van drie onderzoeken met ethanolisch extract van Poolse propolis aan dat het geslacht Fusobacterium de meest gevoelige anaërobe bacteriën was die werd getest. Andere onderzochte anaërobe bacteriën, waaronder: Peptostreptococcus, Clostridium, Actinomyces, Peptococcus, Bacteroides en Propionibacterium, vertoonden echter een veel hogere resistentie.

Onderliggend bacterieel mechanisme van propolis:
Propolis en sommige van zijn derivaten kunnen ofwel rechtstreeks op bacteriën inwerken via verschillende mechanismen of door het immuunsysteem van de gastheer te beïnvloeden, de permeabiliteit (doorlaatbaarheid) van de celmembraan wordt bijvoorbeeld waarschijnlijk beïnvloed door propolis, wat leidt tot een vermindering van de membraan gerelateerde activiteit, namelijk de productie van adenosinetrifosfaat (ATP) en dus de mobiliteit van bacteriën en andere activiteiten beïnvloed. In feite zou de reden achter de hogere werkzaamheid van propolis tegen grampositieve bacteriën in tegenstelling tot gramnegatieve bacteriën de hydrolytische enzymen kunnen zijn die worden geproduceerd in de eiwitstructuur van de buitenmembraan van de gramnegatieve bacteriën. De meeste biologische activiteiten van propolis worden echter toegeschreven aan de flavonoïde verbindingen, hoewel veel ervan nog steeds niet goed wordt begrepen. Aangenomen wordt dat flavonoïden zich richten op verschillende bacteriële structuren om hun functie in gevaar te brengen, waarbij de B-ring van de flavonoïden de aangedreven nucleïnezuursynthese van de bacterie remt. Aangenomen wordt dat de reden achter het vermogen van flavonoïden om bacteriële resistentie tegen verschillende antibacteriële verbindingen te verminderen, is dat propolis zich aan de celwand van bacteriën bindt, wat resulteert in de lysis van de bacteriële cellen en hun ondergang. Nog een ander mechanisme waarmee propolis antimicrobiële middelen synergistisch zou kunnen versterken, is het vermogen om eiwitsynthese te remmen. In het onderzoek met drie 7 flavonoïden tegen zowel grampositieve als negatieve bacteriën werd een remming van de eiwitsynthese en RNA en DNA aangetoond. Gepubliceerde onderzoeken hebben de activiteit en het onderliggende werkingsmechanisme van twee flavonoïden [kaempferol, hesperidine] tegen E. coli verduidelijkt.

Werkingsmechanisme van propolis als antibacterieel middel:
De actieve componenten van propolis die gehecht is aan het cytoplasmatische membraan van de bacteriële cel en vervolgens de structurele integriteit beschadigd, wat leidt tot perforatie van het membraan waar de cytoplasmatische inhoud naar buiten wordt verdreven en tot celdood en tot groeiremming van bacteriële cellen leidt.

Samenvattend zijn er verschillende mogelijke mechanismen voorgesteld die verband houden met de antibacteriële werkzaamheid van propolis:

1. Remming van nucleïnezuursynthese van de bacteriecel,
2. Verandering van de functie van het cytoplasmatische membraan van de bacteriecel,
3. Remming van het energiemetabolisme van de bacteriecel,
4. Het verminderen van de affiniteit met de ontwikkeling van biofilms,
5. Remming van celmembraaneiwitten,
6. In gevaar brengen van membraanpermeabiliteit,
7. Vermindering van bacteriële weerstand.

Klinisch antibacterieel potentieel en het gebruik ervan in nieuwe geneesmiddelen van biotechnologische producten:
De complexe samenstelling van propolis, bestaande uit meer dan 200 stoffen, geeft het zijn potentiële biologische werkzaamheid. Die 200 stoffen en meer ingrediënten zijn zeer gunstig voor de menselijke gezondheid en zijn daardoor wereldwijd enorm populair geworden. De verstrekte in-vitrogegevens zijn nuttig als voorlopige bevindingen van de mogelijke toepassing van een natuurlijke verbinding. Als het in vitro onderzoek positieve resultaten oplevert, is verder in vivo onderzoek gerechtvaardigd om relevante klinische gegevens te produceren. Bovendien, in veel van zowel in vitro als in vivoassays, de wetenschappers karakteriseren de chemische samenstelling niet om het actieve ingrediënt te kunnen identificeren. Daarom wordt één farmacologische variatie in de extracten zeer verwacht.​ Veel publicaties hebben gewezen op het biologische potentieel van propolis, er zijn geen kritische beoordelingen beschikbaar met betrekking tot de toepassing van dergelijke gegevens in de context van het klinische gebruik van een product. Er zijn echter nieuwe formuleringen bereid die zijn geïmpregneerd met propolis of een of meer van zijn actieve ingrediënten. De Egyptenaren erkenden de anti-verrottingseigenschappen van propolis en werden gebruikt om te balsemen. De Romeinen en Griekse dokters waren de eersten die de geneeskrachtige eigenschappen ervan erkenden. Propolis werd toegepast als antisepticum voor wondbehandeling en genezing en als mondwater. Het gebruik ervan werd vooral in de middeleeuwen voortgezet onder Arabische dokters. Het werd op het slagveld gebruikt als zalf of crème voor de behandeling van wonden van soldaten op het slagveld. Alcoholische en hydroalcoholische extracten van propolis zijn geïmpregneerd in zalven die boter bevatten, vaseline, olijfolie of lanoline. De concentratie van propolis varieert afhankelijk van de toepassing en zou voldoende moeten zijn om bacteriostatische of bacteriedodende effecten te bereiken. Een van de belangrijkste problemen in de tandheelkunde zijn bacteriële infecties die worden geassocieerd met tandcariës, zweren in de mond, gingivitis, parodontitis en zweren in de mond. Mondhygiëne is ook uitermate belangrijk om de tanden gezond te houden en de bijbehorende bacteriële infecties te verminderen die lokaal kunnen beginnen en later systemisch zullen zijn. Er zijn positieve gegevens gepubliceerd over het antiseptische en genezende vermogen van propolis bij patiënten uit verschillende ziekenhuizen.​ Propolis heeft dus veel belangstelling gekregen voor de behandeling van orale infecties. Het is vermeldenswaard dat het eerste gelicentieerde commerciële op propolis gebaseerd product in 1965 in Roemenië werd geregistreerd. Internationaal zijn er meer dan 239 commerciële licenties gemeld. De meeste commerciële licenties werden in de jaren 80 verkregen door de voormalige USSR-landen. Momenteel is een hoog percentage van de commerciële licenties (43%) afkomstig uit Japan en 6,2% daarvan betreft tandheelkunde. Er was een stijging van 660% in de wetenschappelijke productiviteit voor propolis in Japan tussen 1980 en 1990. Als gevolg van de erkenning van de biologische activiteit van propolis, was er een aanzienlijke focus op onderzoek met betrekking tot de mogelijke toepassing van propolis en zijn actieve ingrediënten totarol is een diterpenen geïsoleerd uit propolis met bekende significante antibacteriële werkzaamheid. Het onderliggende werkingsmechanisme van totarol is niet volledig opgehelderd. Men denkt echter dat het het zuurstofverbruik door bacteriecellen remt, wat leidt tot de onderbreking van de ademhalingswegen en het elektronentransportsysteem bij de oxidatie van bacteriemembranen, hoewel dit een zeer zwakke veronderstelling kan zijn tegen anaërobe bacteriën. Studies uitgevoerd naar de antibacteriële activiteit van diterpeen tegen MRSA hebben aangetoond dat het zijn effect uitoefent door de expressie van penicilline-bindend proteïne 2 te verstoren en de synthese van het adenosinetrifosfaat in bacteriën te beïnvloeden, en het moduleert de integriteit van het membraan door de structurele intermoleculaire krachten van de bacteriële fosfolipide dubbel laag te verminderen.​ Zoals hierboven vermeld, heeft propolis een synergetisch effect met antimicrobiële geneesmiddelen, en een dergelijke associatie kan leiden tot nieuwe commercieel verkrijgbare geneesmiddelen van verschillende voorwaarden. Het zou heel interessant zijn om propolis te gebruiken met antibiotica om de werkzaamheid van deze laatste te versterken of om de antimicrobiële resistentie van bacteriën te moduleren. Zo resulteerde de toepassing van zowel propolis als ciprofloxacine in synergie bij de behandeling van keratitis veroorzaakt door S. aureus, terwijl een studie aangaf dat propolis, na blootstelling van bacteriën aan bepaalde antibiotica zoals: amoxicilline, ampicilline en cefalexine, een vermindering van de antimicrobiële resistentie veroorzaakte als gevolg van het moduleren van de bacteriële wand en ook duidde op synergie met andere antibiotica (chlooramfenicol, tetracycline en neomycine) die het ribosoom beïnvloeden. Bovendien veroorzaakte de gelijktijdige toediening van alcoholische extracten van propolis met antibiotica antibacteriële synergie (samenwerking) tegen zowel Escherichia coli als Staphylococcus aureus.

WEBWINKELKEURWIDGET

© 2016 - 2021 honing-en-zo.com | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel