Wetenschap en het kenmerkende van Mānuka-honing.

Wetenschap en het kenmerkende van Mānuka-honing; huidige en toekomstige wetenschap om een ​​definitie te ondersteunen. Juli 2014
Ministery for Primary Industries New-Zealand





Ontwikkelen van een robuuste definitie van mānuka-honing vereist de identificatie van de kenmerken die uniek zijn voor dit type honing. Deze kenmerken moeten consistent identificeerbaar, herkenbaar, relatief eenvoudig en kosteneffectief te meten zijn en idealiter stabiel gedurende de houdbaarheid van het product. Hoewel er een grote hoeveelheid gegevens beschikbaar was en werd geanalyseerd, waren deze divers en meestal niet robuust genoeg om unieke, stabiele mānuka-kenmerken/eigenschappen vast te stellen.

Het Ministry of Primary Industries van Nieuw-Zeeland (MPI) heeft daarom vastgesteld dat er behoefte is aan verdere wetenschappelijk onderzoek om de juiste kenmerken en eigenschappen en de bijbehorende testen voor mānuka-honing vast te stellen. In de tussentijd heeft MPI een reeks hoogwaardige kenmerken voor mānuka-honing ontwikkeld aan de hand van de momenteel beschikbare informatie. Tevens heeft MPI verschillende projecten geïnitieerd die de vereiste verdere wetenschap zullen ondersteunen en beheert dit wetenschappelijk onderzoek in overleg met de industrie en andere experts.

Het programma levert robuuste, bruikbare en onafhankelijk gevalideerde resultaten op die de basis zullen vormen voor het karakteriseren van monoflorale en multiflorale mānuka-honing.

MPI heeft nauw samengewerkt met vertegenwoordigers en wetenschappers in verband met de Nieuw-Zeelandse mānuka-honingindustrie om een ​​tussentijdse etiketterings- en labelingsgids te ontwikkelen.
De etiketteringsgids volgt een proces in twee fasen:

  1. De eerste fase is primair gericht op het aanpakken van etiketteringskwesties, zoals gezondheids- en therapeutische claims die in verband met mānuka-honing worden gemaakt. In de eerste fase worden ook enkele kenmerken en eigenschappen ingevoerd die helpen bij het karakteriseren/omschrijven van de mānuka-honing.
  2. De tweede fase zal zijn om mānuka-honing te onderscheiden door middel van een robuust en onafhankelijk onderzoeksprogramma.

In de volgende tekst wordt het volgende beschreven:

• de door de MPI uitgevoerde analyse van verschillende gegevensverzamelingen over honing om de kenmerken van mānuka-honing vast te kunnen stellen;
• de door de MPI gefinancierde proefonderzoeksprojecten die helpen bij het maken van geschikte kenmerken voor aanvullende wetenschappelijke onderzoeken en
• de toekomstige wetenschap die nodig is om zowel monoflorale als multiflorale mānuka honing te karakteriseren.

Tijdens de ontwikkeling van de tussentijdse gids kreeg MPI de gelegenheid om gegevens te analyseren die werden aangeleverd door de Nieuw-Zeelandse mānuka-honingindustrie en de daarmee verbonden onderzoekers. De bedoeling was om te zien of het mogelijk was om monoflorale en multiflorale kenmerken te definiëren met behulp van de reeds bestaande informatie.
Ondanks de enorme hoeveelheid verstrekte informatie werd het duidelijk dat er binnen de industrie zeer verschillende benaderingen voor het testen van honing bestaan. Dit betekende dat er zeer weinig overlap was tussen vergelijkbare soorten informatie van verschillende bedrijven. Bovendien betekende het ontbreken van informatie in de gegevensverzamelingen dat ze niet de robuustheid (degelijkheid) hadden die nodig was voor wetenschappelijke validatie. Dit leverde aanzienlijke uitdagingen op bij het proberen te bepalen welke kenmerken en bijbehorende eigenschappen of niveaus geschikt waren voor het definiëren van mānuka-honing, met name wat betreft de monoflorale honing.
MPI heeft verschillende benaderingen onderzocht om deze variaties te proberen op te lossen, waaronder een statistisch model.
Bij de beoordeling van de geschiktheid van de statistische benadering zijn in totaal 18 datasets door MPI gebruikt (bronnen hierin zijn oa de industrie, onderzoek medewerkers en door MPI gegenereerde data).

Informatie over verschillende parameters werd geëvalueerd om te bepalen welke kenmerken het meest bruikbaar waren voor het definiëren van het mānuka-honing (monofloraal en multifloraal).
Beperkingen in verband met de gegevens waren duidelijk, waaronder variaties in gemeten parameters, onvolledige gegevens en ontbrekende informatie over de herkomst, de honingsoort, het verzameljaar en de geografische herkomst. Deze beperkingen gaven te veel onzekerheid om vertrouwen te geven in een monoflorale mānuka-definitie, dus werd het passend geacht om meer algemene kenmerken van een mānuka-honing te identificeren.

Kenmerken vaststellen voor Mānuka-honing:

De eerste gegevensanalyse omvatte meer dan 11.000 honingmonsters en vertegenwoordigde honing met het label mānuka-honing en niet-mānuka-honing uit zowel de Noordelijke als de Zuidelijke eilanden van Nieuw-Zeeland. Het model werd gebruikt om te bepalen of een honingmonster kan worden geclassificeerd als mānuka-honing of niet, met behulp van een reeks gemeten variabelen, namelijk:

-de kleur van de honing,
-de geleidbaarheid van de honing,
-het percentage stuifmeelpollen in mānuka-honing en
-het totaal aan stuifmeelpollen als aanduiding/bepaling van mānuka-honing.

Deze variabelen bepaalden aan de hand van deze bruikbare parameters de karakterisering van mānuka-honing. Deze parameters zijn vervolgens getoetst aan andere datasets waarvoor vergelijkbare informatie beschikbaar was. Dit werd gedaan om te bepalen hoe geschikt ze waren voor het classificeren van mānuka-honing en niet-mānuka-honingsoorten. De Methylglyoxal (MGO) en de Dihydroxyaceton (DHA) parameters voor de 11.000 honingmonsters waren niet beschikbaar.

Uit de uitgevoerde analyse werden kleur- en geleidbaarheidsbereiken geïdentificeerd die konden worden toegepast op mānuka-honing, waarbij werd opgemerkt dat sommige andere honingsoorten ook aan deze criteria zouden voldoen.

Om mānuka-honing verder te onderscheiden van andere honingsoorten werden de concentraties aan stuifmeelpollen van de mānuka plant, het MGO en de DHA onderzocht. Naast de gegevens-uitdagingen riepen deze parameters echter vragen op over hun geschiktheid voor het definitief karakteriseren van mānuka-honing, met name de monoflorale honing.
Historisch gezien vertellen stuifmeelpollen tellingen die worden uitgevoerd in mānuka-honing dat er meer dan één plantensoort in de honing aanwezig is, namelijk pollen van de Leptospermum scoparium (de Mānuka boom) én van de Kunzea ericoides (de Kānuka/witte theeboom). Aangezien deze twee planten verschillende kenmerken hebben, kan hun invloed op de verschillende kenmerken van mānuka-honing belangrijk zijn. Het ​​niveau aangeven van deze stuifmeelpollen van deze twee plantensoorten veroorzaakt een aantal uitdagingen. De MPI beoordeelt de haalbaarheid en het belang van het kunnen scheiden van deze twee plantensoorten vanuit zowel wetenschappelijk als regelgevend perspectief.

DHA, uit nectar, wordt chemisch omgezet in MGO tijdens de productie van honing in de bijenkorf. De niveaus van deze van nature voorkomende chemicaliën zullen in de loop van de tijd veranderen. Over het algemeen zal een “jonge” honing een hoger DHA-gehalte hebben in verhouding met het MGO-gehalte en naarmate de tijd vordert neemt het MGO-gehalte toe en neemt het DHA-gehalte weer af. Daarom moet verder onderzoek worden verricht door het omschrijven van een vereist niveau voor deze chemicaliën die in de loop van de tijd veranderen qua gehalte. Ook moet rekening worden gehouden met het feit dat deze chemicaliën uniek zijn voor de Leptospernum scoparium (de mānuka boom). MPI beoordeelt en bepaalt de geschiktheid van deze chemicaliën vanuit zowel wetenschappelijk als regelgevend perspectief. Het erkent de beperkingen van de beschikbare gegevens en informatie. Daarom heeft het een reeks hoogwaardige kenmerken ontwikkeld voor mānuka-honing (raadpleeg de Interim Labelling Guide for Mānuka Honey). De resultaten van de huidige en toekomstige door MPI gefinancierde wetenschappelijk onderzoek zullen worden gebruikt voor verdere, toekomstige, verduidelijking en omschrijving van deze kenmerken.

Voorbereidende wetenschappelijke projecten:

MPI heeft verschillende onderzoeksprojecten opgestart. Deze projecten zullen wetenschapsgebieden definiëren die geschikt zijn voor verdere ontwikkeling en validatie. De resultaten van deze gevalideerde wetenschappelijke onderzoeken zullen de eigenschappen van zowel monoflorale als multiflorale mānuka-honing helpen om(be)schrijven en een product certificering mogelijk maken en deze onderbouwen.

MPI heeft verschillende dienstverleners ingeschakeld om vooronderzoek te doen op het gebied van:

• pollen eigenschappen en methodologie,
• genetische markers en
• chemische markers.

Hieronder staan de wetenschappelijke projecten die eind juni 2014 zijn voltooid.

Stuifmeelpollen analyse door middel van microscopisch onderzoek:

• Voorlopige beoordeling van standaard microscopie om Leptospermum scoparium (de Mānuka boom) en Kunzea ericoides (de Kānuka/witte theeboom) stuifmeelpollen van elkaar te onderscheiden met behulp van stuifmeelpollen referentie materiaal.
• Onderzoek van de verschillen tussen mannelijke en hermafrodiete Leptospermum scoparium (de Mānuka boom) en Kunzea ericoides (de Kānuka/witte theeboom) pollen.
• Stuifmeelpollen inventarisatie.
• Standaardisatie van methodologie voor de winning, extractie en telling van de stuifmeelpollen.
• Classifynder **.  Gebruik maken van een geautomatiseerd pollenanalyse-instrument om de Leptospermum scoparium (de Mānuka boom) en de Kunzea ericoides (de Kānuka/witte theeboom) pollen te definiëren.

(** Een Classifynder is een digitale microscoop die een objectglaasje kan scannen en beeld alle stuifmeelachtige objecten af met een resolutie gelijk aan x1000 vergroting en een scherptediepte vergelijkbaar met SEM. Het vergelijkt dan de afbeeldingen met referentiebeelden en classificeert de afbeeldingen met wiskundige technieken. De algemene nauwkeurigheid van dit proces steekt vrij gunstig af bij traditionele handmatige methoden. Het resultaat is meer pollenaantallen en classificaties).

Genetische (DNA) analyse door middel van kwantitatieve real-time PCR (Real-time polymerase chain reaction):

• Identificatie van DNA-merkers die specifiek zijn voor de Leptospermum scoparium (de Mānuka boom) en de Kunzea ericoides (de Kānuka/witte theeboom).
• Ontwikkeling en optimalisatie van DNA-extractie techniek van de honing, geschikt voor een hoge verwerkingscapaciteit.
• Ontwikkeling en initiële validatie van kwantitatieve real-time PCR (Real-time polymerase chain reaction) om de hoeveelheid van Leptospermum scoparium (de Mānuka boom) en Kunzea ericoides (de Kānuka/witte theeboom) DNA in een honingmonster te bepalen.

Chemische analyse:

• Kleur;
• Geleidbaarheid/viscociteit;
• C3: C4-suikers;
• Vochtigheidsgehalte;
• HMF;
• DHA;
• MGO en
• Chemische ‘vingerafdrukken’.

Het overkoepelende doel van deze projecten is om zoveel mogelijk verschillende tests uit te voeren op hetzelfde panel van honingmonsters zodat vergelijkingen kunnen worden gemaakt. Honingmonsters (ongeveer 50) bevatten honing waarvan wordt aangenomen dat het:

• overwegend Leptospermum scoparium (de Mānuka boom);
• overwegend Kunzea ericoides (de Kānuka/witte theeboom) en/of
• andere bloemenhoning (ook uit Australië).

Voorlopige resultaten:

De stuifmeelpollen analyse: 
De eerste resultaten van de pollenprojecten zijn veelbelovend met duidelijke, hoewel subtiele morfologische verschillen tussen de Leptospermum scoparium (de Mānuka boom) en de Kunzea ericoides (de Kānuka/witte theeboom) die worden bepaald door microscopische metingen. Voorlopige resultaten suggereren dat deze verschillen kunnen worden geïdentificeerd door gebruik te maken van zowel directe lichtmicroscopie en de Classifynder. Er is echter wel verdere specificiteit- beoordeling, invloed van geografische variaties, robuuste validatie en een geschiktheidsbeoordeling noodzakelijk voordat een morfologische techniek kan worden gebruikt om mānuka-honing te karakteriseren.

De genetische (DNA) analyse:
Het vermogen om de Leptospermum scoparium (de Mānuka boom) en de Kunzea ericoides (de Kānuka/witte theeboom) te differentiëren en onderscheiden is ook mogelijk met behulp van een DNA-onderzoek. Er is echter meer werk nodig om deze aanpak te verfijnen en te valideren, zodat deze kan worden gebruikt als een robuuste en betrouwbare kwantitatieve test.

De chemische analyse:
Chemische analyse uitgevoerd op de honingmonsters heeft een verscheidenheid aan parameters en kwantificeerbare chemische producten geïdentificeerd die verder kunnen worden onderzocht. Hier is binnen de industrie uitgebreid onderzoek naar gedaan en het MPI-project is hierop voortgebouwd.
Er zijn potentiële karakteriserende verbindingen geïdentificeerd en andere verbindingen zullen verder worden onderzocht. Net als de pollen- en DNA-analyse is verder onderzoek en validering nodig. Dit is nodig om de specificiteit te bepalen van de chemicaliën die zijn geïdentificeerd in een breed scala van planten- en honingsoorten, grondgebieden en het jaartal.

Toekomstig wetenschappelijk onderzoek:

Het wetenschappelijk onderzoek om mānuka-honing verder te karakteriseren zal zich richten op zowel monoflorale als multiflorale kenmerken. 

Tijdens dit wetenschappelijk onderzoek komen verschillende aspecten aan de orde, waaronder:

• de geschiktheid van de wetenschap voor vaststellen van product-garantie;
• de geschiktheid van de wetenschap voor validatie (bv. specificiteit, gevoeligheid, herhaalbaarheid en reproduceerbaarheid van het onderzoek);
• de stabiliteit van de wetenschap op lange termijn, dat wil zeggen, zal de wetenschap robuust/onderbouwend blijven?
• het vermogen om de consument vertrouwen te geven;
• het gemak van technologieoverdracht en het gemak van acceptatie door anderen (Nieuw-Zeeland en internationaal);
• de bijbehorende testkosten en benodigde tijd efficiëntie; en
• de aanvaardbaarheid door toezichthouders en autoriteiten in het buitenland.

De voorlopige resultaten van de proefprojecten ondersteunen verdere beoordeling en validatie van een of meer van de initiële benaderingen (bijv. Pollen, DNA, chemische stof). Naast het ontwikkelen en valideren van de laboratoriumtest voor een of meer specifieke kenmerken/eigenschappen, zullen er echter ook andere aspecten in overweging moeten worden genomen.

Dit zijn onder meer:

• de herkomst van honingmonsters voor de beoordeling van de geselecteerde laboratoriumtesten,
• bemonsteringsprotocollen om ervoor te zorgen dat de testresultaten representatief zijn voor de partij honing,
• de invloed van honingextractieprocedures op het doelkenmerk,
• geografische en seizoen verschillen,
• stabiliteit van het kenmerk/eigenschap gedurende de levensduur van het product, en
• de invloed van andere soortgelijke, vergelijkbare honingsoorten.

Er is een substantieel onafhankelijk wetenschappelijk programma nodig om resultaten te genereren die aan de behoeften van alle belanghebbenden zullen voldoen en vertrouwen zullen bieden aan consumenten en buitenlandse toezichthouders. Verwacht wordt dat dit programma één tot twee jaar zal duren en gezamenlijk zal worden gefinancierd door MPI en de industrie. De wetenschap die door dit programma wordt gegenereerd zal een onafhankelijke peer-review ondergaan en worden gepubliceerd.
MPI zal samenwerken en overleggen met de industrie om het vereiste wetenschappelijke programma uit te breiden, te ontwikkelen en te leveren.

Biosecurity Science, Food Science & Risk Assessment Directorate,
Regulation and Assurance Branch
ISBN No: 978-0-478-43283-1 (online)
ISSN No: 2253-3923 (online)

© Crown Copyright - Ministry for Primary Industries 

WEBWINKELKEURWIDGET

© 2016 - 2021 honing-en-zo.com | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel